> geschiedenis > itens

Geschiedenis Doopsgezinde Gemeente Itens

Kromwâl, een wat wonderlijke benaming van een buurtschapje aan de vaart van Sneek naar Franeker en Harlingen onder de rook van Britswert. Als we eeuwen teug gaan in de tijd dan was het hier een laag gelegen gebied met veel kronkelend water als een soort uitloper van de oude Middelzee met aan de westzijde van een behoorlijke poel een wat hoge landtong, wal. Vandaar ook is de naam ontstaan. Door opslijking veranderde de poel door de tijd heen in een moeras met daar tussen door slinken. Op de hoger gelegen landtong (Krommewal) vestigden zich vissers die met kleine schepen in de omgeving visten. Omdat het bij de Krommewal te ondiep was voor de scheepvaart van Sneek naar Franeker en Harlingen werd er een nieuwe rechte vaart gegraven en werd Kromwâl van de buitenwereld afgesloten.

We komen nu in de tijd dat Menno Simonsz aktief was in onze gewesten en hij hield in een woonhuis buiten Witmarsum de eerste godsdienstige samenkomsten. Al spoedig daarna kwam het afgelegen Kromwâl in beeld en werden ook daar samenkomsten gehouden, toen nog in de woning van de vissersfamilie Auke Jetzes die de dopersen goed gezind was.
Reeds in 1551 vertoefde in deze streken de bekende Leenaert Bouwens en doopte op en rond Kromwâl rond de 110 personen. Daarmee was daar een doperse gemeente geboren; als stillen in den lande was men aan elkaar verbonden, men beleefde het christen zijn in stilte en enkel en alleen naar de voorschriften der Evangelisten en Apostelen. Het moest in die tijd ook allemaal in stilte gebeuren want tot 1581 werden de mennisten vervolgd, daarna geduld.

Reeds in het jaar 1580 (reformatie) was er sprake van een geregistreerde gemeente op Kromwâl en is daarmede één van de oudste gemeenten in Friesland, ja zelfs in de Nederland. Tot 1600 werden de samenkomsten gehouden in één van de beide vissershuizen daar. In dat jaar is het eerste z.g. vermaanhuis ingericht: eenvoudig zonder stoelen of banken. In 1613 vindt er een verbouwing plaats en worden er ook banken geplaatst en een preekstoel aan de zuidzijde. Ook op de zolder kon men plaatsnemen en dan werd er een groot luik geopend om daar boven alles te kunnen meemaken. De banken stonden rondom een open vuur; aan de noordzijde van het gebouw was een grote turfschuur. In de samenkomsten ging een z.g. oudste voor, toen ook wel liefdepreker genoemd; zo heeft ene Douwe Jelles vanaf 1700 bijna 50 jaar de gemeente als oudste gediend.

We gaan 100 jaar verder in de tijd en zien dan dat de gemeente voor het eerst een ledenlijst aanlegde, het zijn er rond de 120, verspreid wonend in 26 dorpen en gehuchten. Wat opvalt is dat het in die tijd veel voorkwam dat de doop op het sterfbed werd bediend. Men was zeer trouw in het bezoeken van de bijeenkomsten, sommigen reisden meer dan een uur om op Kromwâl te komen. Vanaf 1790 tot 1810 gaat het niet goed met de gemeente; er is lange tijd geen leraar, het ledental loopt terug en bovendien zijn er financiële problemen; de armenzorg is een behoorlijke kostenpost voor de gemeente. Mede door steun van de ADS kon in 1823 ds. W. van der Hoek uit Wieringen beroepen worden; hij kon de nieuwe pastorie betrekken die in 1822 voor de kerk werd gebouwd, bekostigd uit liefdegaven van de leden.

Het gaat nu beter met de gemeente na een lange vakante periode waarin de leraren uit Baard veelal per schip naar Kromwâl kwamen. In 1839 werd er een nieuwe kerk gesticht, kosten f. 3.050,-- want de oude kerk ging verzakken. Ds. Van der Hoek is tot begin 1862 leraar geweest in de gemeente van Kromwâl en toen vertrokken naar Wolvega nadat hij 50 jaar leraar was geweest, Hij werd opgevolgd door ds. Gerhard Pol uit Ouddorp op het eiland Goedereede. De nieuwe kerk kent geen lange geschiedenis want ds. Van der Hoek was onder-tussen gaan ijveren voor een kerk in Itens; hij wilde graag daar een kerk aan de z.g. Púndyk omdat Kromwâl te afgelegen was. In 1852 was de nieuw gebouwde kerk op Kromwâl al zodanig verzakt dat het niet meer verantwoord was daarin diensten te houden; men heeft het gebouw toen nog wel wat opgeknapt maar het dak bleef lekken.

n februari 1863 werd daarom met algemene stemmen besloten tot nieuwbouw in Itens. Op 2 oktober 1864 werd de laatste dienst op Kromwâl gehouden met als toepasselijke tekst de brief van de Apostel Johannes “kinderen, het is de laatste ure” en op 23 oktober 1864 was de eerste dienst in de nieuwe kerk van Itens, waar ds. Pol preekte naar aanleiding van Ps. 103.

Het eerste orgel in Itens werd geschonken door Jacob Geldra. Eerst in 1899 kwam er verwarming in de kerk en in 1900 het thans nog aanwezige orgel. Later werd er bij de kerk ook nog een pastorie gebouwd die in 1968 is afgebroken toen er een nieuwe pastorie werd gebouwd.

In dit stukje veel over Kromwâl, waar niets meer aan de mennisten herinnert na de aanleg van de weg van Itens naar Britswert toen het oude kerkje op Kromwâl tegen de vlakte ging.

In 2016 is de vermaning verkocht aan de Protestantse Gemeente Itens, die het gebouw wil bewaren voor de doopsgezinde gemeente en tevens als ontmoetingscentrum voor het dorp wil inrichten. Nog steeds kunnen we genieten van een stijlvol, sober kerkje waar we – terecht – trots op zijn.

Adres

Hearedyk 31
Itens

 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente De Lytse Streek
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2020 Doopsgezind.nl