> nieuws

Nieuws

 
4 april 2021

Niet bij brood alleen (6)

Wie met zijn koren het eerst aan de molen is, wordt het eerst geholpen

Na alle verhalen over de molen, het meel, het brood, alle aandacht en zorg die nodig is om ons dagelijks brood te maken, moet er nog gesproken worden over het graan. Zonder graan is er geen molen, geen meel, geen brood.

Al heel lang geleden vroegen mensen zich af, hoe dat graan ontdekt was, hoe er uitgevonden was dat te laten groeien en wat er mee te doen. We horen deze vraag terug in Genesis: Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. (Gen. 3.17). Hier wordt duidelijk dat de mens altijd al denkt over zijn leven, over zijn leefomstandigheden en vragen stelt. Waarom is het werk voor het dagelijks brood zo zwaar? Een vraag voor iedereen, als je bedenkt, dat hele gezinnen bezig waren met het werk voor dat brood.

Er is een boek met joodse legenden met als titel Adam-boek van het morgenland. Het boek stamt uit de eerste eeuwen na Christus. Daar wordt een verhaal verteld over Adam en Eva, als zij buiten het paradijs hun leven moeten leiden uitzoeken wat ze kunnen eten. Het is een prachtig verhaal. Adam en Eva gaan steeds naar een hol waar zij God zoeken en vragen dan om voedsel voor hun lichaam. En dan staat er:
En het Woord van de Heer kwam en sprak tot Adam: Ga naar de streek die westelijk van het hol ligt, tot bij een modderige, zwarte grond; daar zullen jullie spijs vinden. – En Adam hoorde het Woord van de Heer, nam Eva met zich mee en ging naar de zwarte grond. Daar vond hij tarwe die in aren zat, en de aren waren rijp om gegeten te worden. En Adam verheugde zich daarover. En opnieuw kwam het Woord van God en zei tot hem: Neem van de tarwe en maak daar brood van ter versterking van je lichaam. En God legde in het hart van Adam de wijsheid dat hij de handelingen met de tarwe kon uitvoeren, tot het brood werd. En Adam volbracht dat allemaal en zwoegde en werd erg moe. En hij ging terug naar zijn hol, vol vreugde omdat hij geleerd had hoe tarwe werd bewerkt.

In Witmarsum hoort het verhaal over graan en meel bij de molen, waar nu niet alleen het graan wordt gemalen maar ook tot brood en allerlei lekkers wordt gebakken. Het hoort ook bij het verhaal van de doopsgezinden, bij onze traditie. 


Bij de voorbereidingen van de tentoonstelling Menno Simons Groen werd dat heel duidelijk. Een groot deel van onze wereldwijde groep geloofsgemeenschappen heeft het verhaal over de trek over de wereld, na vervolging om geloof, ‘in hun bloed’ zitten. Heel kort door de bocht trokken zijn uit de Noordelijke Nederlanden via Polen en Rusland naar Noord- en Zuid Amerika en Canada. In het besef dat zij, overal waar zij op de wereld zouden wonen, hard moesten werken voor hun brood, namen zij graankorrels mee, verstopt in hun bagage en in de zomen van hun kleding. Zo konden zij altijd weer een bestaan opbouwen. Een van de graansoorten is het Red Turkey Wheat, een wintertarwe met bijzondere eigenschappen. In de maanden voor de tentoonstelling is dat graan ‘thuis’ gekomen, in Witmarsum, na een rondje over de wereld.


Je kunt dat een sentimenteel verhaal vinden, maar dat is het niet, als je goed nadenkt over wat het kost aan liefde, aandacht, zorg, hard werken, goed opletten, leren leven met de omstandigheden, je aanpassen, veranderen en steeds maar weer leven vinden. De weg van het graan is een van weg leven, van Het Leven. Het is een heel bijzonder moment als je leven geeft aan de plek waar je lang geleden leven vond. Het maakt niet uit of dat in Witmarsum was of niet. De gemeenschappen, die steeds op een andere plek hun leven moesten leiden en Het Leven vonden, kwamen uit de buurt – oorspronkelijk -. En een van de voormannen werd werkelijk geboren in Witmarsum: Menno Simons. Hij vond daar zijn leven, en voelde zich opnieuw geboren toen hij losliet wat normaal was en zich aansloot bij de beweging van de dopers.

Dit verhaal over nieuw leven past bij Pasen. Het feest van het leven, het feest van het besef van Gods blijvende aanwezigheid en zijn niet loslaten van het leven dat hij gaf. Het is dan ook niet verwonderlijk, hoewel al het andere verwondering op roept, dat Jezus zijn weg vergeleek met de weg van de graankorrel:

Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. 24 Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. (Johannes 12:23-24).


Terug
 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente De Lytse Streek
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2021 Doopsgezind.nl