> dcolumn.php?nr=47959&stuurdoor

Column

 
 
26 april 2020

O wat mis ik de gemeente!

Lang geleden, toen ik nog in St. Annaparochie woonde en daar in de kerkenraad zat, heb ik een wijdingswoord gedaan aan de hand van een boekje over Menno Simons. Ik was zeer onder de indruk van wat daar staat.
Het boek is geschreven door ds. Martien Postema. Op het moment dat ik het boek kocht en las, kende ik ds. Postema niet. Ik wist ook niet dat hij voorganger was in een gemeente waar ik jaren later aan de slag zou gaan of dat hij zelfs nog een tijdje lid van de gemeente zou zijn. En toen ik hem ontmoette duurde het even voor ik de link legde naar dit boek, waar ik die mooie passage in las. 


Nu heb ik het weer terug gelezen. Nog steeds ben ik onder de indruk. Het is een hoofdstuk waar ds. Postema schrijft over hoe Menno Simons over de gemeente denkt. De gemeente waar ik me met alles voor inzet en die ik nu zo mis. De mensen, maar ook de gemeente als geheel, de plek waar je in vrijheid bent wie je bent. Er is geborgenheid, veiligheid, soms wat meer dan anders. Er is trouw en vertrouwen. Je komt er mensen tegen die je misschien nooit in je leven zou ontmoeten als de gemeente er niet was. En ook al zijn we allemaal twijfelaars en laten we ons niet opleggen wat of hoe of waarin we moeten geloven, we herkennen iets van wat ons raakt en de ander ook. Ds. Postema beschrijft het prachtig. Hij noemt de doopsgezinden (in Nederland) ‘aarts-individualisten’ in hun geloofsleven, maar toch is dat gezamenlijke, die gemeente steeds van enorm belang.


Menno Simons schrijft over de gemeente dat zij ‘kinderen baert en voorbrengt’. De kinderen zijn nieuwe gelovigen. En die ‘baert’ de gemeente uit het ‘zaed des Goddelijken Woords’. Dit klinkt ons heel moeilijk in de oren. Toch is het heel mooi. Iedere generatie vormt opnieuw de gemeente. Wij kunnen daar zelf niet veel aan doen. Wat mensen horen, opmerken van God zorgt daar voor. Wat wij wel kunnen doen is gemeente zijn. En ook al doen we dat met vallen en opstaan, of zelfs misschien meer met vallen dan met opstaan, we hebben zelf steeds weer de ervaring dat we iets te zoeken hebben in die gemeente. In die gemeente zijn we niet op zoek naar het uitspreken van ‘grote waarheden’, maar wel proberen we de grote waarheid waarin we leven ook met andere ogen te bekijken. Samen. Dat is de waarheid die we ervaren misschien, verbondenheid, maar zonder onszelf te verliezen.


Doopsgezinden voelen die verbondenheid wereldwijd, broeder – en zusterschap. Zelfs als geloofsopvattingen heel verschillend zijn ervaren we verbondenheid. Dat is bijzonder. Hoe dat kan? Het is iets waar je jaren over kan praten, zoekend met elkaar. Voor Menno was het heel helder. De gemeente komt steeds weer, elke generatie, tot stand door Gods woord, dat klinkt als een kracht, die vernieuwt, zoals ds. Postema samenvat. Gods woord is als ‘een waeijende wind’. Niet te vangen, niet te stoppen, dynamisch en creatief. Door die wind wordt een mens geraakt en vernieuwd en dan ontstaat de nieuwe gemeente. Wat verlang ik naar onze gemeente, maar ik kan ook bijna niet wachten om te zien wat die ‘waeijende wind’ opnieuw teweeg brengt.

Het boek van ds. Martien Postema heeft als titel het spoor van Menno Simonsz’ gedachten. Het is uitgegeven in 1986, bij Uitgeverij Kok in Kampen.


Voor meer zie het overzicht

 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente De Lytse Streek
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2020 Doopsgezind.nl